Een kind is geen IQ

 In Nieuws

“Jij doet toch iets met hoogbegaafden?”

Deze vraag wordt mij regelmatig gesteld. En dan zeg ik rustig “ik weet het niet”. Want dat is ook zo. De kinderen met wie ik werk laat ik geen test doen. En van de volwassenen weet ik het trouwens ook niet.

“Ja maar het zijn toch van die kinderen en jongeren die altijd hoge cijfers halen en lekker makkelijk leren, geen probleem op school en met de studie enzo. En dan die volwassenen. Op alle gebieden succesvolle mensen zeg maar”

En dan ga ik er al iets anders voor zitten. Want ja, de kinderen die ik begeleid, vinden de standaard lesstof op school vaak makkelijk. De volwassenen die ik train en coach hebben diploma’s vaak zonder al te veel moeite gehaald. Maar dat ‘geen probleem op school en op alle gebieden succesvol’ gaat niet altijd op.

Als gedrags- en communicatietrainer train en coach ik kinderen en (jong-)volwassenen die vaak vlot en moeiteloos leren. Ze denken en schakelen sneller dan gemiddeld en zijn meestal gevat. Ik noem ze slimme snelle denkers. Zij hebben het ogenschijnlijk makkelijk in het leven maar in de praktijk lopen ze vaak tegen problemen aan. Ze hebben onvoldoende uitdaging, voelen zich anders, voelen zich soms buitengesloten en vinden het lastig om uitdagingen aan te gaan, nieuwe dingen te proberen. Ik help hen en begeleid ouders hoe ze met hun kinderen kunnen omgaan. Natuurlijk ben ik erg geïnteresseerd in het fenomeen begaafdheid. Er zijn nou eenmaal raakvlakken met mijn deelnemers. Ik heb mij verdiept in de belangrijkste theorieën en onderzoeken naar begaafdheid. Hieronder vind je meer informatie en links naar interessante informatiebronnen.

 

Hoogbegaafdheid: een kind is geen IQ

Want wanneer ben je nu hoogbegaafd en wanneer gewoon slim? En in hoeverre heeft het nou met je IQ te maken? Over hoogbegaafdheid bestaat nog veel onduidelijkheid. Een inmiddels achterhaalde definitie zegt dat men over hoogbegaafdheid spreekt als een persoon een IQ van 130 of hoger heeft. Ongeveer 2% van de totale bevolking heeft een IQ van 130 of hoger en is dus hoogbegaafd volgens dit model.

Hoogbegaafd

 

 

 

 

 

 

Uit de literatuur blijkt dat er geen eenduidige definitie bestaat. Volgens de informatiebrochure ‘jonge hoogbegaafde kinderen’ van het Nederlands Centrum voor Jeugdgezondheid (NCJ) is een hoogbegaafde “een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren.“

“Een aantal jaren geleden lieten scholen en ouders een intelligentierapport opmaken en gingen er op basis daarvan deuren open voor kinderen met een IQ hoger dan 130, die voor anderen gesloten bleven.” Aldus Caroline Beijers, expert hoogbegaafdheid en eigenaar van de Nationale Plusklas. “Gelukkig zien we een nieuwe beweging ontstaan. Op basis van literatuur is iedereen het er tegenwoordig over eens dat hoogbegaafdheid gaat over prestaties en dat uitzonderlijke prestaties alleen dan ontstaan als er sprake is van verschillende componenten; een hoge intelligentie is daar slechts een onderdeel van. Een kind kan niet alleen maar gezien worden als een kind met een hoog IQ; het is zoveel meer dan dat!”

Een IQ test is vaak nog wel een entreekaartje voor voltijds hoogbegaafden onderwijs. Deze kan afgenomen worden door een erkend orthopedagogisch bureau of GZ-psycholoog.

 

Verschillende types begaafdheid

In verschillende wetenschappelijke onderzoeken is veel geschreven over de begaafdheid van kinderen en gevolgen in emotionele en sociale factoren. Zelf vind ik het onderzoek van Betts & Neihart (1988, 2010) erg interessant. In dit onderzoek is gekeken naar het gedrag, de gevoelens en de behoeften van verschillende typen begaafde en getalenteerde leerlingen. Zij hebben vervolgens geconcludeerd welke risico’s er zijn als niet voldoende aan de psychologische basisbehoeften (relatie, autonomie en competentie) wordt voldaan. Zo worden het vermijden van uitdagingen, niet afmaken van taken, faalangst en onzekerheid hier o.m. beschreven. Betts & Neihart komen op die manier op zes verschillende types begaafde en getalenteerde kinderen. Mocht je willen weten welk type jouw kind volgens deze theorie is, op basis van dit onderzoek heb ik een test gemaakt met 48 stellingen. Door per stelling aan te geven of deze op jouw kind van toepassing is, kom je tot een van de zes types die Betts & Neihart uitgebreid hebben beschreven. Ik meld er ook nog praktische tips bij, die zij adviseren bij het ondersteunen van je kind, thuis en op school. Mocht je deze test willen ontvangen, stuur me gerust een bericht.

 

Gewoon slim of meer- of hoogbegaafd?

Voor diegenen die iets meer willen weten over het verschil tussen ‘gewoon slim’ en ‘hoogbegaafd’ kan ik het onderzoek van de Australische ontwikkelingspsycholoog John Irvine aanbevelen. In 2001 heeft hij enkele verschillen tussen een hoogbegaafd kind en een hoog intelligent / slim kind in kaart gebracht. Hieronder een lijst met de samenvatting.

Slim Hoogbegaafd Irvine - StiP trainingen

Slim of Hoogbegaafd Irvine – StiP trainingen

Uit deze lijst blijkt dat volgens de theorie hoogbegaafde kinderen dingen vaak veel intenser beleven of meer in zaken opgaan.

 

Ik ben een Baas

Tot slot. Hoe hoog het IQ of welke leersnelheid dan ook.. elk kind heeft uiteindelijk min of meer hetzelfde nodig om gelukkig te zijn. Voor mij zit die basis in vertrouwen. Vertrouwen in jezelf en vertrouwen dat je krijgt van anderen. En daar gaat mijn methode “Ik ben een Baas” ook over. In deze training leren ‘slimme kinderen’ in tien stappen wat leiderschap is hoe zij een leider kunnen worden en vooral wat zij daar aan hebben. Ik laat deze jonge talenten zien dat de manier waarop zij in elkaar zitten heel erg de moeite waard is en hoe zij hun talenten succesvol kunnen inzetten om hun droom te realiseren. Zo krijgen zij weer zelfvertrouwen.StiP - Baas

Meer weten over de training of een andere vraag? Klik dan hier. Je kunt me gerust ook mailen of bellen voor een gratis en vrijblijvend intakegesprek.